ECLI:NL:GHSGR:2007:BB8324
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Van Nievelt
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en draagkracht vader na beëindiging samenleving
In deze zaak staat de vaststelling van kinderalimentatie centraal na het einde van de relatie tussen de ouders van drie minderjarige kinderen. De vader betwist het door de rechtbank vastgestelde inkomen en de behoefte van de kinderen, en voert aan dat zijn draagkracht lager is dan aangenomen. De moeder stelt dat de vader een hoger inkomen had en dat de behoefte van de kinderen juist is vastgesteld.
Het hof beoordeelt het netto gezinsinkomen tijdens de samenleving en komt op een bedrag van €2.295,- per maand, wat leidt tot een behoefte van €250,- per kind per maand volgens de TREMA-normen. De vader brengt diverse lasten in, waaronder huur, ziektekostenpremie en een lening, waarvan het hof alleen de ziektekostenpremie meeneemt. De omgangskosten worden vastgesteld op €15,- per maand.
Uiteindelijk vernietigt het hof de eerdere beschikking en stelt de kinderalimentatie vast op €50,- per maand per kind, waarbij de draagkracht van de vader volledig wordt benut en de behoefte van de kinderen redelijk wordt verdeeld tussen de ouders: 2/3 voor de vader en 1/3 voor de moeder. Tevens hoeft de moeder teveel betaalde alimentatie niet terug te betalen.
Uitkomst: De vader moet €50 per maand per kind betalen aan kinderalimentatie vanaf 4 oktober 2005.