ECLI:NL:GHSGR:2007:BB9590
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake letselschade na mislukte schouderoperaties en aanrijding
Appellant liep in oktober 1994 schouderletsel op door een val met zijn fiets en onderging twee mislukte operaties in het MCH, gevolgd door een succesvolle ingreep door dr. B in 1995. Op 20 juli 1995 werd appellant aangereden, wat zijn klachten verergerde. MCH c.s. zijn aansprakelijk voor de gevolgen van de eerste twee operaties, Hooge Huys voor de aanrijding.
Het hof oordeelt dat de klachten van appellant niet aantoonbaar het gevolg zijn van de mislukte operaties, maar eerder van het ongeval en dat de operaties van dr. B het letsel niet hebben verergerd. De inkomensschade over de periode 30 november 1994 tot 14 juni 1995 wordt afgewezen omdat appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat hij zonder de mislukte operaties meer had kunnen verdienen dan de ontvangen uitkeringen.
Ook de vordering tot smartengeld wordt grotendeels afgewezen; het litteken zou ook zonder de mislukte operaties zijn ontstaan en psychisch letsel is onvoldoende onderbouwd. De vordering voor inkomensschade als gevolg van de aanrijding wordt afgewezen wegens het ontbreken van voldoende gegevens over het arbeidsverleden en inkomen van appellant. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende onderbouwing.