ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0287
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- G.P.A. Aler
- G. Oosterhof
- C.M. le Clercq-Meijer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring OM wegens ontbreken rechtsmacht genocidezaak Rwanda
Het gerechtshof 's-Gravenhage behandelde het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de vervolging van een Rwandees verdachte wegens genocide gepleegd in Rwanda in 1994. De zaak betrof meerdere ernstige feitencomplexen, waaronder ambulancemoorden, moorden en verkrachtingen, primair ten laste gelegd als oorlogsmisdrijven en subsidiair als foltering, met genocide als feit 1.
De rechtbank had het OM niet-ontvankelijk verklaard omdat rechtsmacht ontbrak voor de genocidebeschuldiging. Het hof bevestigde deze conclusie, hoewel deels op andere gronden, en vernietigde het vonnis van de rechtbank om opnieuw recht te doen. Het hof oordeelde dat noch op grond van het Wetboek van Strafrecht, noch het internationale recht, noch het Genocideverdrag, noch de Uitvoeringswet genocideverdrag rechtsmacht kon worden ontleend voor de feiten uit 1994. De Wet internationale misdrijven biedt wel ruime rechtsmacht, maar zonder terugwerkende kracht.
Het hof besprak uitgebreid de voorwaarden voor afgeleide rechtsmacht op grond van artikel 4a Sr en concludeerde dat het verzoek tot overname van strafvervolging door het Rwanda-tribunaal niet voldoet aan de vereisten voor een verdrag dat rechtsmacht schept. Hoewel er een overeenkomst was tussen de Prosecutor van het Tribunaal en de Nederlandse autoriteiten, ontbrak de kenbaarheid en de formele verdragstatus. Het hof wees ook verzoeken tot het horen van getuigen af en verklaarde het OM niet-ontvankelijk in vervolging wegens gebrek aan rechtsmacht voor genocide, zonder terugwerkende kracht toe te passen.
Uitkomst: OM wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van rechtsmacht voor vervolging genocide.