ECLI:NL:GHSGR:2007:BC1192
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.J. van der Ven
- T.L. Tan
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering en passende arbeid na ziekte bij Flora Holland
De werknemer trad in 1998 in dienst bij Flora Holland en raakte in 1999 arbeidsongeschikt door een bedrijfsongeval. Na diverse periodes van ziekte en re-integratie werd zij door het UWV GAK voor 15-25% arbeidsongeschikt verklaard en werd vastgesteld dat zij haar eigen werk niet kon verrichten.
De werknemer meldde zich in september 2002 hersteld en beschikbaar voor passende arbeid. Flora Holland kon echter geen passende functie binnen de onderneming aanbieden, hetgeen door een arbodienst werd bevestigd. De enige mogelijke functie vereiste een MBO-niveau en aanzienlijke scholing, terwijl de werknemer LBO-niveau had en geen vacature beschikbaar was.
De rechtbank had de werkgever veroordeeld tot betaling van loon over de periode van beschikbaarheid, maar het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de werkgever op deugdelijke gronden geen passende arbeid hoefde te bieden. De loonvordering werd afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof wijst de loonvordering af omdat Flora Holland op deugdelijke gronden geen passende arbeid kon bieden.