ECLI:NL:GHSGR:2008:BC6287
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.C. Fasseur-van Santen
- E.J. van Sandick
- T.H. Tanja-van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering Saab Lease na tussentijdse beëindiging leaseovereenkomst
In deze zaak staat centraal de vraag of de leaseovereenkomst tussen appellant Vishandel Hollandzee en Saab Lease Nederland B.V. tussentijds is beëindigd per 30 november 2001. Appellant stelt dat hij aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan door de auto aan een Saab-dealer te leveren en dat de dealer de koopprijs rechtstreeks aan Saab Lease zou voldoen. Saab Lease betwist dit en eist betaling van het resterende bedrag vermeerderd met rente en incassokosten.
De rechtbank wees de vordering van Saab Lease toe en verwierp het verweer van appellant. In hoger beroep bevestigt het hof dat de brief van Saab Lease van 21 november 2001 duidelijk stelt dat de tussentijdse beëindiging afhankelijk was van betaling van het totaalbedrag vóór 30 november 2001. Appellant heeft dit bedrag niet tijdig voldaan en heeft onvoldoende feiten gesteld om aan te tonen dat levering van de auto aan de dealer volstaat ter voldoening van zijn betalingsverplichting.
Ook het beroep van appellant op redelijkheid en billijkheid wordt verworpen, omdat hij verantwoordelijk was voor tijdige betaling en Saab Lease mocht aannemen dat de overeenkomst voortduurde zolang niet aan de betalingsvoorwaarden was voldaan. De nevenvorderingen tot betaling van rente en incassokosten worden eveneens toegewezen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van Saab Lease tot betaling van het resterende bedrag, rente en incassokosten wordt toegewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.