ECLI:NL:GHSGR:2008:BC8122
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- Bouritius
- Punselie
- Rechtspraak.nl
Beheersbeleid en machtigingsregeling onder bewind gesteld vermogen bij beleggingsportefeuille
In deze zaak staat de vraag centraal of voor het beleggen en herbeleggen in aandelen en effecten van een onder bewind gesteld vermogen een machtiging van de kantonrechter vereist is. De bewindvoerder was van mening dat de doorlopende machtiging tot € 5.000 per transactie onvoldoende was en dat voor het beheer conform een risico neutraal beleggingsprofiel geen machtiging nodig is.
De rechtbank had een doorlopende machtiging verleend met een limiet van € 5.000 per transactie. De bewindvoerder voerde aan dat deze limiet te beperkt was gezien de omvang en frequentie van transacties. Tevens wees hij op een discrepantie tussen de richtlijnen van de rechtbank en de mededeling van de kantonrechter tijdens de benoemingszitting.
Het hof constateerde dat de richtlijnen van de rechtbank in strijd zijn met de landelijk geldende aanbevelingen van het Landelijk Overleg Kantonsectorvoorzitters (LOK), waarin is bepaald dat voor beheershandelingen binnen een goedgekeurd defensief beleggingsplan geen machtiging nodig is. Het hof oordeelde dat de kantonrechter de brief van de bewindvoerder ten onrechte had opgevat als een verzoek om een doorlopende machtiging in plaats van om goedkeuring van een beleggingsplan.
Het hof stelde de bewindvoerder in de gelegenheid om binnen vier weken een hooguit gematigd defensief beleggingsplan ter goedkeuring aan de kantonrechter voor te leggen en hield de zaak pro forma aan tot 29 maart 2008. De verdere beslissing werd aangehouden totdat het beleggingsplan is ingediend.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en stelt de bewindvoerder in de gelegenheid een defensief beleggingsplan ter goedkeuring aan de kantonrechter voor te leggen.