ECLI:NL:GHSGR:2008:BC8832
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.H.W. de Planque
- J.S.W. Holtrop
- M.C.M. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over dringende eigen gebruik woning en renovatie bij huurovereenkomst
In deze zaak vorderden verhuurders de beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik, zoals bedoeld in artikel 7:274 lid 1 onder Pro c BW, met het oog op een ingrijpende renovatie van de woning. Zij stelden dat de renovatie noodzakelijk was en dat de exploitatie van de woning verliesgevend was, wat na renovatie zou verbeteren. Tevens boden zij de huurder passende woonruimte en een vergoeding aan.
Het hof oordeelde dat er geen sprake was van een noodzakelijke beëindiging van de huurovereenkomst voor de uitvoering van de renovatie, mede omdat de huurder bereid was de werkzaamheden te gedogen en de verhuurders zelf aanvankelijk niet van mening waren dat beëindiging noodzakelijk was. Daarnaast werd overwogen dat kosten voor het verhelpen van gebreken niet tot huurverhoging mogen leiden en dat de verhuurders zich bewust hadden moeten zijn van de onderhoudstoestand bij aankoop.
Verder stelde het hof vast dat de huurder de woning feitelijk bleef gebruiken tot ontruiming en een wezenlijk belang had bij voortzetting van de huurovereenkomst. De belangen van de verhuurders wogen onvoldoende zwaar om de huurovereenkomst te beëindigen, ook niet omdat zij hogere huurinkomsten konden behalen of een vergoeding boden. De vordering werd daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De vordering van de verhuurders tot beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik wordt afgewezen.