ECLI:NL:GHSGR:2008:BD5335
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.E.A.M. van Waesberghe
- A.H. de Wild
- G. Dulek-Schermers
- Rechtspraak.nl
Bevrijdende betaling ondanks onbevoegdheid vertegenwoordiger bij aannemingsovereenkomst
In deze civiele zaak stond centraal of betalingen die door de schuldenaar waren gedaan aan de directeur van een aannemingsbedrijf, die later malversaties bleek te hebben gepleegd, bevrijdend waren voor de schuldenaar. De directeur had namens de vennootschap offertes uitgebracht en betalingen ontvangen, maar de rechtsopvolgster van de vennootschap stelde dat deze betalingen niet voor haar waren gedaan.
De rechtbank had vastgesteld dat de schuldenaar handgeschreven kwitanties overlegd had die betalingen aan de directeur bevestigden, en dat de vennootschap in verzuim was geraakt met resterende werkzaamheden, waardoor de schuldenaar kosten mocht verrekenen. Het hof oordeelde echter dat de betalingen aan de directeur, ondanks diens onbevoegdheid, op grond van artikel 6:34 BW Pro bevrijdend waren voor de schuldenaar.
Verder wees het hof het verrekeningsverweer af omdat de schuldenaar onvoldoende bewijs had geleverd voor de hoogte van de kosten van de resterende werkzaamheden. Het hof kende daarom het openstaande factuurbedrag van €4.010,96 toe, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 juni 2005. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het openstaande factuurbedrag van €4.010,96 toe met wettelijke rente en wijst het verrekeningsverweer af.