ECLI:NL:GHSGR:2008:BD6454
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Savelbergh
- Schuurman
- Vonk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van aanslag inkomstenbelasting 2001 na overlijden mede-firmante en geschil over verliesvaststelling
Belanghebbende en zijn echtgenote exploiteerden samen met hun dochter een vennootschap onder firma. Na het overlijden van de echtgenote in 2001 werd de onderneming voortgezet door belanghebbende en de dochter. Het geschil betrof onder meer de vaststelling van het winstaandeel van de overleden echtgenote, aftrek van administratie- en huurkosten, herwaardering van activa, rentevergoeding over kapitaal, buitengewone uitgaven en persoonsgebonden aftrek.
De Inspecteur had de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor 2001 vastgesteld op een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 1.200 en een verzamelinkomen van nihil. Belanghebbende vorderde een verliesvaststelling en een hogere aftrekposten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende in hoger beroep kwam.
Het hof oordeelde dat het winstaandeel van de echtgenote niet kon worden aangepast zonder instemming van de andere firmant, dat hogere administratiekosten niet aannemelijk waren, dat het kleine verschil in huurkosten wel aannemelijk was, en dat de waarborgsom terecht op de balans stond. Een herwaardering van activa werd niet gegrond geacht vanwege gebrek aan bewijs. De rentevergoeding over het kapitaal had geen invloed op het resultaat. De gestelde hogere buitengewone uitgaven waren onvoldoende onderbouwd. Het hof concludeerde dat het inkomen uit werk en woning en het verzamelinkomen eerder te laag dan te hoog waren vastgesteld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2001 blijft ongewijzigd.