ECLI:NL:GHSGR:2008:BD9069
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.H.W. de Planque
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- J.E.A.A. ten Berg-Koolen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens renovatie en eigen gebruik verhuurder
In deze zaak vordert de huurster de schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis dat de beëindiging van haar huurovereenkomst voor bedrijfsruimte bepaalt. De rechtbank had de huurovereenkomst beëindigd op grond van dringend eigen gebruik door de verhuurder, Spuihave, die het pand wil renoveren en herindelen.
De huurster betoogt onder meer dat het verweer tegen de vordering van Spuihave niet kennelijk ongegrond is, dat zij een fair trial is onthouden door vermeende partijdigheid van de rechtbank, dat Spuihave zich heeft teruggetrokken uit het bouwplan en dat executie van het vonnis misbruik van recht zou zijn.
Het hof oordeelt dat de belangenafweging van artikel 7:296 BW Pro correct is toegepast, dat renovatie een vorm van duurzaam eigen gebruik is en dat de verhuurder aannemelijk heeft gemaakt dat zij het pand dringend nodig heeft. De vermeende partijdigheid wordt verworpen omdat het hof een eigen oordeel geeft. De stelling dat het bouwplan is gewijzigd of vertraagd wordt onvoldoende onderbouwd. Misbruik van recht is niet vastgesteld.
Het hof wijst het verzoek tot schorsing af en veroordeelt de huurster in de kosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen naar een latere rolzitting voor memorie van grieven.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt afgewezen en de huurovereenkomst wordt beëindigd wegens dringend eigen gebruik voor renovatie.