ECLI:NL:GHSGR:2008:BE9135
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting grensarbeider België-Nederland
Belanghebbende, een in België werkende grensarbeider woonachtig in Nederland, kreeg voor het jaar 2003 een navorderingsaanslag opgelegd wegens een te hoog verleende compensatie op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en België. De compensatie was gebaseerd op de Belgische bedrijfsvoorheffing die later door België deels werd teruggegeven.
De Inspecteur stelde dat de Belgische belasting en sociale premies als Nederlandse loonbelasting moesten worden aangemerkt om de compensatie correct te kunnen herberekenen en navorderen. Belanghebbende betwistte dit en voerde aan dat navordering in strijd was met het doel van de wet en met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Het hof oordeelde dat de navorderingsaanslag terecht was opgelegd omdat Nederland als verdragspartner de compensatie mag terugnemen als België een teruggave heeft gelast. De Belgische bedrijfsvoorheffing wordt daarom als Nederlandse loonbelasting aangemerkt. Ook werd geoordeeld dat geen schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft plaatsgevonden.
De heffingsrente werd ambtshalve tot nihil teruggebracht en belanghebbende kreeg het in hoger beroep betaalde griffierecht vergoed. Het hof vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de heffingsrente betrof en bevestigde de rest van de uitspraak.
Uitkomst: De navorderingsaanslag is terecht opgelegd en de heffingsrente is ambtshalve tot nihil verminderd.