ECLI:NL:GHSGR:2008:BF1266
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Th.W.H.E. Schmitz
- H.P.Ch. van Dijk
- R. van der Vlist
- Rechtspraak.nl
Uitleg testament en rechten bij voortzetting en verkoop pensionwoning
In deze zaak draait het om de uitleg van een testament waarin de dochter haar moeder tot enig erfgenaam benoemt onder de last dat het pensionbedrijf door de nicht wordt voortgezet indien de moeder in het pand gaat wonen, en dat bij verkoop het pand eerst aan de nicht tegen 80% van de waarde moet worden aangeboden.
De moeder en nicht zijn een huurovereenkomst aangegaan voor het pension, maar deze is door de nicht opgezegd, waardoor de moeder het pension zelfstandig voortzette en later aan een derde verhuurde. De vraag was of de moeder nog verplicht was het pand eerst aan de nicht aan te bieden bij verkoop.
Het hof oordeelt dat de last in het testament niet inhoudt dat de moeder verplicht is het pand eerst aan de nicht aan te bieden na beëindiging van de huurovereenkomst. De moeder heeft de keuze tussen verhuur of verkoop, en sinds de huuropzegging is zij vrij het pand aan derden te verhuren of te verkopen.
De grief van de nicht wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. De nicht wordt veroordeeld in de proceskosten van de moeder in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de moeder vrij is het pensionpand te verhuren of te verkopen zonder het eerst aan de nicht aan te bieden.