ECLI:NL:GHSGR:2008:BG2694
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen persoonlijke aansprakelijkheid directeur voor schade door onrechtmatig beslag
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de directeur en enig aandeelhouder van AW persoonlijk aansprakelijk kon worden gehouden voor de schade die ITM leed door een onrechtmatig beslag dat AW op ESP had gelegd. ITM vorderde onder meer vergoeding van kosten en schade voortvloeiend uit het beslag en stelde dat de directeur persoonlijk aansprakelijk was vanwege ernstig verwijtbaar handelen.
Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de directeur niet persoonlijk aansprakelijk is. Er waren onvoldoende concrete aanwijzingen dat hij had moeten beseffen dat de vordering waarop het beslag was gebaseerd kansloos was, noch dat hij onrechtmatig had gehandeld door het beslag te leggen. Ook het beroep op ongerechtvaardigde verrijking faalde wegens gebrek aan specifieke stellingen.
Verder wees het hof de grief van ITM af die betrekking had op vergoeding van management- en overige kosten, waaronder kosten voor reizen naar Gibraltar en werkzaamheden van de directeur en medewerkers van ESP. Het hof achtte slechts een deel van de gevorderde kosten toewijsbaar en matigde het toegewezen bedrag.
Uiteindelijk vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank voor zover het de schadevergoeding betrof en veroordeelde AW tot betaling van €29.270,28 vermeerderd met wettelijke rente aan ITM, terwijl de vorderingen tegen de directeur werden afgewezen. De proceskosten werden deels aan AW en deels aan ITM toegewezen, met compensatie in het principale beroep.
Uitkomst: AW wordt veroordeeld tot betaling van €29.270,28 schadevergoeding aan ITM, terwijl de vorderingen tegen de directeur worden afgewezen.