ECLI:NL:GHSGR:2008:BG4972
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in civiele procedure over uitleg brief uit 1980
In deze civiele procedure verzocht appellant het hof om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten van zes voormalige ambtenaren en politici om de bedoeling van de Staat met een brief uit 1980 vast te stellen. Dit was relevant voor de uitleg van die brief in een lopende hoofdzaak tussen appellant en de Staat.
Het hof overwoog dat het niet noodzakelijk is om getuigen in een voorlopig getuigenverhoor te horen om alle relevante feiten vast te stellen, omdat in de hoofdzaak zelf gelegenheid is om feiten te bewijzen. Het verzoek werd afgewezen omdat de hoofdzaak zich in een vergevorderd stadium bevindt, met genomen memories en aangevraagd pleidooi, en het pleidooi gepland staat voor begin 2009. Het hof achtte de tijdwinst van het voorlopig getuigenverhoor te gering gezien de ouderdom van de feiten en de duur van de procedure.
Daarnaast betrof de bedoeling van de brief slechts één van meerdere geschilpunten in de hoofdzaak, waardoor het horen van getuigen in een voorlopig getuigenverhoor en later in de hoofdzaak tot dubbele belasting van getuigen zou leiden. Dit achtte het hof onnodig en in strijd met een goede procesorde.
Appellant werd veroordeeld in de kosten van de procedure, begroot op €1.788,- voor het salaris van de advocaat, en het verzoek werd formeel afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens vergevorderd stadium en onnodige dubbele getuigenverhoren.