ECLI:NL:GHSGR:2008:BH0371
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- M.L. Vierhout
- A.E.A.M. van Waesberghe
- D.J. de Brauw
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake informatieplicht buitenlandse bankrekening volgens artikel 47 AWR
In deze zaak stond de vraag centraal of [appellant] verplicht is om op grond van artikel 47 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) gegevens over in het buitenland aangehouden bankrekeningen te verstrekken aan de Staat. De voorzieningenrechter had de vorderingen van de Staat toegewezen, en [appellant] ging hiertegen in hoger beroep met vijf grieven.
Het hof oordeelde dat de voorzieningenrechter terecht bevoegd was om kennis te nemen van de vordering, omdat de civielrechtelijke weg niet onaanvaardbaar de publiekrechtelijke regeling doorkruist en er geen gelijkwaardig publiekrechtelijk dwangmiddel bestaat. De stelling van [appellant] dat hij met algemene ontkenningen aan zijn informatieplicht had voldaan, werd verworpen; hij had de concrete vragen in de formulieren moeten beantwoorden.
Verder verwierp het hof de bezwaren dat de Staat onvoldoende bewijs had geleverd voor het bestaan van buitenlandse bankrekeningen en dat de informatie onrechtmatig was verkregen. Ook het beroep op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel faalde, omdat de Staat binnen zijn beleidsvrijheid handelde en geen toezeggingen had gedaan die het gebruik van civielrechtelijke middelen uitsluiten.
Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en veroordeelde [appellant] in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt dat [appellant] de gevraagde informatie over buitenlandse bankrekeningen moet verstrekken op grond van artikel 47 AWR.