ECLI:NL:GHSGR:2009:BH0204
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen totstandkoming van definitieve overeenkomst onderaanneming gevelbeplating
Bijlbouw vordert schadevergoeding van [appellante] wegens vermeende tekortkoming in een onderaannemingsovereenkomst voor gevelbeplating van een Rijksgebouwendienst-project. Het geschil draait om de vraag of op 10 december 2001 een definitieve overeenkomst is gesloten voor levering en aanbrengen van bandgeanodiseerde gevelbeplating.
Het hof overweegt dat de feiten niet zijn bestreden, maar dat de bewijsvoering en getuigenverklaringen uiteenlopen. De overeenkomst was afhankelijk van goedkeuring door de Rijksgebouwendienst, die vasthield aan na-geanodiseerde beplating met garantie. Bijlbouw was bekend met deze voorwaarde en heeft zelf alternatieven onderzocht.
Het hof acht het onaannemelijk dat [appellante] zich definitief heeft verbonden aan bandgeanodiseerde beplating zonder instemming van Rijksgebouwendienst. De onderhandelingen zijn beëindigd nadat duidelijk werd dat Rijksgebouwendienst niet instemde. Bijlbouw mocht niet redelijkerwijs vertrouwen op een definitieve overeenkomst. De primaire en subsidiaire grondslagen van de vordering worden verworpen en de vordering wordt afgewezen.
Uitkomst: De vordering van Bijlbouw wordt afgewezen wegens het ontbreken van een definitieve overeenkomst.