ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2432
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Th.W.H.E. Schmitz
- J.H.W. de Planque
- J.A. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Geschil over verplaatste scheidingsmuur tussen woningen en gevolgen voor eigendom en schade
In deze civiele zaak staat centraal of een verplaatste scheidingsmuur tussen twee woningen gevolgen heeft voor eigendom en schadevergoedingen. Appellant vordert onder meer dat de grens tussen de erven wordt vastgesteld op de oude muur, dat de huidige constructie niet voldoet, en dat geïntimeerden de overbouw verwijderen of maatregelen nemen tegen dreigende instorting.
De feiten zijn onbetwist: appellant kocht het pand in 1987 in de staat waarin het zich toen bevond, inclusief de positie van de scheidingsmuur. Geïntimeerden kochten het aangrenzende pand in 1996. Renovaties en verbouwingen aan de scheidingsmuur vonden plaats in 1987 en 1994. De muur op de eerste verdieping ligt niet loodrecht boven die op de begane grond.
Het hof stelt vast dat appellant eigendom heeft van zijn perceel zoals het in 1987 was afgegrensd. De vordering tot verwijdering van overbouw is niet toewijsbaar omdat de eerste verdieping van geïntimeerden deels over de perceelsgrens ligt. Het hof gelast een comparitie van partijen om deskundigen te horen over de constructie, deugdelijkheid, dreigend instortingsgevaar en mogelijke schade, en zal later op de overige geschilpunten terugkomen.
De uitspraak bevestigt dat de eigendomsgrenzen en rechten worden bepaald door de feitelijke situatie bij levering en dat bouwkundige problemen nader onderzocht moeten worden voordat verdere beslissingen worden genomen.
Uitkomst: Vordering tot verwijdering van overbouw afgewezen; comparitie gelast voor deskundigenonderzoek.