ECLI:NL:GHSGR:2009:BH3146
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Th.W.H.E. Schmitz
- E.J. van Sandick
- A.G. Beets
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huurovereenkomst koffiekamer uitvaartcentrum als bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW
In deze zaak staat centraal of de exploitatie van de koffiekamer in een uitvaartcentrum kwalificeert als huur van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW Pro. Appellanten exploiteren sinds eind jaren zeventig de koffiekamers, aanvankelijk onder de noemer pacht, later onder een huurovereenkomst met de gemeente Middelburg. De overeenkomst betreft de koffiekamers en bijbehorende ruimten, bestemd voor consumptieve dienstverlening in directe aansluiting op begrafenis- en gedenkplechtigheden.
De gemeente heeft de huurovereenkomst opgezegd met het oog op renovatie en gewijzigde exploitatie. Appellanten vorderen onder meer dat de overeenkomst wordt aangemerkt als huurovereenkomst in de zin van artikel 7:290 BW Pro, waardoor de gemeente niet eenzijdig kan opzeggen. De rechtbank wees deze vorderingen af, hetgeen in hoger beroep wordt bevestigd.
Het hof overweegt dat bepalend is of het gehuurde bestemd is voor een bedrijf als bedoeld in artikel 7:290 lid 2 BW Pro. De dienstverlening van appellanten is uitsluitend gericht op besloten groepen die deelnemen aan plechtigheden en niet op het algemene publiek. Er is geen sprake van een regulier horecabedrijf met openstelling en prijsaanduiding voor het publiek. De feitelijke gang van zaken en de overeenkomst bevestigen dit beeld. De huurovereenkomst betreft daarmee geen bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW Pro. De vorderingen worden afgewezen en appellanten worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de huurovereenkomst geen huur van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW betreft en wijst de vorderingen van appellanten af.