ECLI:NL:GHSGR:2009:BH5598
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.A. Boele
- G. Dulek-Schermers
- D.J. de Brauw
- Rechtspraak.nl
Verwijzing rogatoire commissie naar kantonrechter Amsterdam niet in strijd met Bewijsverdrag
In deze civiele zaak staat de verwijzing van een rogatoire commissie in een procedure tussen Norte en PWC enerzijds en Carrefour anderzijds centraal. De Argentijnse rechter had meerdere rogatoire commissies gericht aan de Nederlandse Centrale Autoriteit, waaronder een met nummer IR-907-135-113, die vragen over Nederlands recht aan universiteiten in Nijmegen en Leiden bevatte.
De officier van justitie stuurde deze rogatoire commissie toe aan de rechtbank Arnhem, waarna de kantonrechters te Nijmegen en Leiden de commissie beiden verwezen naar de kantonrechter te Amsterdam. Norte stelde dat deze verwijzing niet strookt met het Bewijsverdrag en de Uitvoeringswet, omdat alleen de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad op grond van artikel 4 lid 2 Uitvoeringswet Pro een dergelijke verwijzing wegens proceseconomie mag doen.
Het hof oordeelde dat noch het Bewijsverdrag noch de Uitvoeringswet de verwijzing naar de kantonrechter Amsterdam verbiedt. Artikel 9 lid 1 Uitvoeringswet Pro geeft de kantonrechter de bevoegdheid om, na het horen van partijen, een rogatoire commissie wegens proceseconomische redenen door te verwijzen zonder tussenkomst van de Procureur-Generaal. Het doel van het Bewijsverdrag is immers het vergemakkelijken van de uitvoering van rogatoire commissies, waarbij gezamenlijke behandeling door één kantonrechter wenselijk is.
De grief van Norte faalt en het hof bekrachtigt de bestreden beschikking. Tevens veroordeelt het hof Norte in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De verwijzing van de rogatoire commissie naar de kantonrechter Amsterdam is niet in strijd met het Bewijsverdrag en de Uitvoeringswet; de beschikking wordt bekrachtigd.