ECLI:NL:GHSGR:2009:BH5600
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.A. Boele
- G. Dulek-Schermers
- D.J. de Brauw
- Rechtspraak.nl
Verwijzing van rogatoire commissie naar andere kantonrechter niet in strijd met Bewijsverdrag
In deze civiele zaak stond de verwijzing van een rogatoire commissie vanuit Argentinië naar verschillende Nederlandse kantonrechters centraal. De rogatoire commissie met nummer IR-907-135-113 werd door de officier van justitie toegewezen aan verschillende rechtbanken, waarna de kantonrechters te Nijmegen en Leiden de commissie verwezen naar de rechtbank Amsterdam voor gezamenlijke behandeling.
PWC stelde in hoger beroep dat deze verwijzing in strijd was met het Bewijsverdrag en de Uitvoeringswet, met name dat alleen de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad bevoegd zou zijn om een dergelijke verwijzing te effectueren. Het hof oordeelde echter dat deze gang van zaken niet strijdig is met het Bewijsverdrag en dat artikel 9 lid 1 van Pro de Uitvoeringswet niet beperkt is tot gevallen waarin de kantonrechter zich onbevoegd acht.
Het hof benadrukte dat het doel van het Bewijsverdrag is om de uitvoering van rogatoire commissies te vergemakkelijken en dat proceseconomische overwegingen een gezamenlijke behandeling door één kantonrechter rechtvaardigen. De verwijzing door de kantonrechter zelf is toegestaan zonder tussenkomst van de Procureur-Generaal.
De grief van PWC faalde en het hof bekrachtigde de bestreden beschikking, waarbij PWC werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verwijzing van de rogatoire commissie naar de kantonrechter Amsterdam en veroordeelt PWC in de kosten.