ECLI:NL:GHSGR:2009:BI1788
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over WOZ-waardering woning en toepassing gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, een voormalige boerderij, die door de Inspecteur was vastgesteld op €444.000 volgens de Wet waardering onroerende zaken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde belanghebbende dat de woning ten onrechte niet volgens de taxatiewijzers van de VNG voor agrarische objecten was gewaardeerd, wat leidde tot een hogere waarde dan vergelijkbare agrarische woningen.
Het hof oordeelde dat er geen principieel onderscheid bestaat tussen agrarische en niet-agrarische woningen voor de waardebepaling en dat het beleid van de Inspecteur tot ongelijke behandeling van gelijke gevallen leidt. De taxatiewijzers VNG zijn niet van toepassing op deze woning omdat deze niet als agrarisch object moet worden gewaardeerd.
Het hof stelde de waarde van de woning vast op €220.000, vernietigde de eerdere beschikking en uitspraak, en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed. De uitspraak werd op 14 april 2009 openbaar uitgesproken door het hof te Den Haag.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €220.000 en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.