ECLI:NL:GHSGR:2009:BI3293
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M. van der Klooster
- J.E.H.M. Pinckaers
- C.A. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Boegschroefmotor telt niet mee voor beperkte aansprakelijkheid binnenvaart
In deze zaak stond centraal of het motorvermogen van de boegschroef van het schip Lissa Hopper meegeteld moet worden bij de bepaling van de beperkte aansprakelijkheid van de eigenaar Neo Kemp c.s. na een aanvaring met schepen van VDL.
VDL stelde dat de boegschroefmotor wel degelijk meetelt omdat deze ook voor voortstuwing kan zorgen, terwijl Neo Kemp c.s. betoogde dat de boegschroef slechts bedoeld is voor manoeuvreren en niet voor voortbeweging over substantiële afstanden. De rechtbank had reeds geoordeeld dat de boegschroefmotor niet meetelt en stelde de aansprakelijkheidslimiet dienovereenkomstig vast.
Het hof bevestigde dit oordeel na uitgebreide analyse van het CLNI-verdrag, het Koninklijk Besluit van 1996 en relevante literatuur. Het hof oordeelde dat de boegschroefmotor niet als voortbewegingswerktuig in de zin van het verdrag kan worden aangemerkt omdat deze niet bedoeld is voor normale voortstuwing, maar voor manoeuvreren. Ook het feit dat de boegschroef 360 graden kan draaien en theoretisch voortstuwing kan geven, leidt niet tot een andere conclusie.
De grieven van VDL werden verworpen en de beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd. VDL werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het vermogen van de boegschroefmotor niet meetelt bij de berekening van de beperkte aansprakelijkheid.