ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ1692
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- B. van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid in rekening gebrachte vervolgingskosten na dwangbevel
Belanghebbende betwistte de in rekening gebrachte vervolgingskosten na betekening van een dwangbevel in 2006, stellende dat zij niet verplicht was deze te betalen zolang haar zaak niet definitief was beslist. De rechtbank oordeelde dat de aanmaning van 2002 niet meer geldig was vanwege het lange tijdsverloop en vernietigde de vervolgingskosten.
De ontvanger ging in hoger beroep en stelde dat de aanmaning onverkort van kracht bleef en dat het beleid van de Belastingdienst geen nieuwe aanmaning vereist bij een tweede dwangbevel. Het hof stelde vast dat belanghebbende niet was verschenen op de zitting en geen verweerschrift had ingediend.
Het hof oordeelde dat de aanmaning van 26 oktober 2002 nog steeds geldig was en dat de brief van 7 maart 2006 als servicebericht tezamen met de aanmaning als voldoende waarschuwing diende. Het hof verwierp het standpunt van belanghebbende en bevestigde dat de vervolgingskosten terecht en niet te hoog in rekening waren gebracht.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de beslissing van de ontvanger gehandhaafd. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd. Belanghebbende en de ontvanger kunnen nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de vervolgingskosten terecht zijn geheven en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.