ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9869
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging dwangbevel wegens ontbreken geldige aanmaning
Eiseres kreeg een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, waartegen zij bezwaar maakte en later beroep instelde bij het Gerechtshof. Na het vervallen van uitstel van betaling vaardigde verweerder een eerste dwangbevel uit, dat kwam te vervallen vanwege het beroep en verleend uitstel. Na onzekerheid over cassatie en het intrekken van het uitstel in 2006, werd een tweede dwangbevel uitgevaardigd met vervolgingskosten.
Eiseres stelde administratief beroep in tegen de vervolgingskosten, stellende dat zij niet verplicht was deze te betalen zolang geen definitieve uitspraak was gedaan. De rechtbank oordeelde dat de aanmaning van 26 oktober 2002, voorafgaand aan het tweede dwangbevel van juli 2006, niet voldeed aan de eisen van artikel 12 Invorderingswet Pro, omdat er ruim 3 jaar en 8 maanden tussen zat en het uitstel van betaling tussentijds was ingetrokken.
De rechtbank benadrukte dat de aanmaning een laatste waarschuwing moet zijn met een betalingstermijn van tien dagen, wat hier niet mogelijk was. Ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur stonden het gebruik van de oude aanmaning tegen het tweede dwangbevel in de weg. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het dwangbevel vernietigd en de vervolgingskosten tot nihil verminderd. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het dwangbevel en de vervolgingskosten worden vernietigd en verminderd tot nihil.