ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ5183
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging forfaitaire heffingsgrondslag verontreinigingsheffing bij meerpersoonshuishouden
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag verontreinigingsheffing voor het jaar 2005, opgelegd op basis van drie vervuilingseenheden voor een tweepersoonshuishouden. Hij stelde dat deze forfaitaire maatstaf onredelijk is en in strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat een huishouden van twee personen dezelfde heffing zou moeten krijgen als twee vervuilingseenheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende in hoger beroep ging bij het gerechtshof. Tijdens de zitting op 24 maart 2009 werden de standpunten van partijen behandeld en werd vastgesteld dat de forfaitaire systematiek is ingegeven door doelmatigheid en uitvoerbaarheid, zoals vastgelegd in de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de Verordening verontreinigingsheffing Schieland en Krimpenerwaard.
Het hof oordeelde dat de forfaitaire heffingsgrondslag niet onredelijk of willekeurig is en dat de wetgever terecht heeft afgezien van differentiatie naar waterverbruik of feitelijke woningbezetting. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werden geen proceskosten toegewezen. Belanghebbende kan nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de forfaitaire heffingsgrondslag bevestigd.