ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ5651
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- R.S. van Coevorden
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.H. van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep asbestschadezaak tegen werkgever Van Buuren wegens vermeende blootstelling
De erven van [H] vorderden schadevergoeding van Van Buuren wegens blootstelling aan asbest tijdens diens dienstverband als monteur, wat leidde tot mesothelioom. Na eerdere vonnissen en cassatie werd de zaak doorverwezen naar het hof voor herbeoordeling.
Het hof onderzocht of [H] tijdens zijn werkzaamheden bij Van Buuren aan asbest was blootgesteld en of Van Buuren aan haar zorgplicht had voldaan. Hoewel de erven diverse producties overlegden, oordeelde het hof dat deze niet in het geding konden worden betrokken omdat zij na de vernietigde vonnissen waren ingediend.
Het hof concludeerde dat de erven onvoldoende bewijs leverden dat [H] daadwerkelijk aan asbest was blootgesteld tijdens zijn dienstverband bij Van Buuren. Ook werd geen aanleiding gezien om de bewijslast om te draaien of een bewijsvermoeden toe te passen. De vordering werd daarom afgewezen en het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de erven wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd wegens onvoldoende bewijs van asbestblootstelling bij Van Buuren.