ECLI:NL:HR:2006:AU6927
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid voor asbestblootstelling en zorgplicht in de periode 1965-1967
Deze zaak betreft een geschil tussen de werkgever Van Buuren en de erven van een oud-werknemer die tijdens zijn dienstverband als monteur blootgesteld werd aan asbeststof. De werknemer kreeg in 1997 mesothelioom vastgesteld, een ziekte die uitsluitend door asbestblootstelling wordt veroorzaakt. De werknemer stelde de werkgever aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW Pro wegens het niet treffen van voldoende veiligheidsmaatregelen.
De kantonrechter wees de vordering af, maar de rechtbank te 's-Gravenhage vernietigde dit en oordeelde dat de werkgever aansprakelijk was omdat zij onvoldoende maatregelen had genomen ondanks de destijds bekende gevaren van asbestose. De rechtbank stelde dat de werkgever zich niet kon onttrekken aan aansprakelijkheid, ook al was het specifieke risico van mesothelioom toen nog onbekend.
De Hoge Raad vernietigde echter de vonnissen van de rechtbank en oordeelde dat de rechtbank een onjuiste maatstaf had gehanteerd door te veronderstellen dat de werkgever ongeacht de duur en intensiteit van blootstelling verplicht was veiligheidsmaatregelen te treffen. De Hoge Raad benadrukte dat het afhangt van de omstandigheden en de toen bestaande kennis welke maatregelen redelijkerwijs konden worden verwacht. De zaak werd verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling, waarbij de bewijslast voor de werkgever geldt om aannemelijk te maken dat de blootstelling geen risico opleverde.
De Hoge Raad bevestigde dat de werkgever aansprakelijk is indien zij naliet maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig waren, ook als het specifieke risico van mesothelioom toen onbekend was, mits die nalatigheid de kans op het ontstaan van de ziekte aanmerkelijk heeft vergroot. De uitspraak verduidelijkt de zorgplicht van werkgevers in historische asbestzaken en de bewijslastverdeling bij blootstelling aan gevaarlijke stoffen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vonnissen en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van de zorgplicht en bewijsverdeling.