ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ5730
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Kramer
- G. Dulek-Schermers
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over nationale verbodsmaatregelen ter bescherming tegen BSE en EU-recht
Denkavit c.s. voerden bezwaar tegen de Tijdelijke regeling van de Nederlandse Staat die vanaf 15 december 2000 een verbod instelde op het produceren en verhandelen van verwerkte dierlijke eiwitten bestemd voor vervoedering van landbouwhuisdieren, terwijl de EU-beschikking die dit regelt pas op 1 januari 2001 in werking trad.
De Staat verdedigde het nationale verbod als een noodzakelijke conservatoire maatregel ter voorbereiding op de uitvoering van de EU-beschikking, om verspreiding van BSE te voorkomen en handhaving te vergemakkelijken. Denkavit c.s. betoogden dat het nationale verbod onrechtmatig was omdat het verder ging dan de EU-regelgeving en ook vismeel en dicalciumfosfaat onterecht omvatte.
Het hof oordeelde dat de Minister op grond van de Landbouwwet bevoegd was de Tijdelijke regeling uit te vaardigen en dat het nationale recht het verbod niet in de weg stond. Het hof stelde echter prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van de relevante EU-richtlijnen en beschikkingen, met name over de vraag of het nationale verbod verenigbaar is met het EU-recht en de harmonisatiedoeleinden.
De zaak is aangehouden tot het Hof van Justitie uitspraak doet, waarna partijen zich opnieuw kunnen uitlaten over voortzetting van de procedure.
Uitkomst: De zaak is aangehouden en prejudiciële vragen zijn gesteld aan het Hof van Justitie over de geldigheid van het nationale verbod in het licht van het EU-recht.