ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ6321
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Toelating van Kongsberg tot voeging in hoger beroep aanbestedingsgeschil
In deze zaak gaat het om een incident tot voeging in een hoger beroep kort geding over een aanbestedingsprocedure. HITT is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis waarbij haar inschrijving was terzijde gelegd. Kongsberg, wiens inschrijving definitief terzijde is gelegd, verzoekt zich te voegen aan de zijde van de Staat, omdat de Staat heeft aangekondigd de aanbestedingsprocedure voort te zetten via een onderhandelingsprocedure met zowel HITT als Kongsberg.
De Staat en HITT verzetten zich tegen de voeging, stellende dat Kongsberg reeds in eerste aanleg is afgewezen en dat een herhaalde voeging niet is toegestaan. Het hof overweegt echter dat voeging ook in hoger beroep kan worden gevorderd en dat de gewijzigde omstandigheden (wijziging eis HITT en voortzetting procedure met Kongsberg) een nieuwe beoordeling rechtvaardigen.
Het hof oordeelt dat Kongsberg een voldoende belang heeft bij voeging, omdat bij afwijzing van HITT's vorderingen Kongsberg nog kan deelnemen aan de aanbesteding, terwijl bij toewijzing Kongsberg definitief is uitgesloten. Daarom wordt Kongsberg toegelaten als voegende partij aan de zijde van de Staat. De beslissing over proceskosten wordt aangehouden tot de eindbeslissing in de hoofdzaak.
De zaak wordt verwezen naar de rol van 8 september 2009 voor memorie van antwoord van Kongsberg en het pleidooi wordt vastgesteld op 17 september 2009 in het Paleis van Justitie te ’s-Gravenhage.
Uitkomst: Kongsberg wordt toegelaten als voegende partij aan de zijde van de Staat in het hoger beroep.