ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ6321

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
25 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.038.847/01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 217 RvArt. 30 Bao
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating van Kongsberg tot voeging in hoger beroep aanbestedingsgeschil

In deze zaak gaat het om een incident tot voeging in een hoger beroep kort geding over een aanbestedingsprocedure. HITT is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis waarbij haar inschrijving was terzijde gelegd. Kongsberg, wiens inschrijving definitief terzijde is gelegd, verzoekt zich te voegen aan de zijde van de Staat, omdat de Staat heeft aangekondigd de aanbestedingsprocedure voort te zetten via een onderhandelingsprocedure met zowel HITT als Kongsberg.

De Staat en HITT verzetten zich tegen de voeging, stellende dat Kongsberg reeds in eerste aanleg is afgewezen en dat een herhaalde voeging niet is toegestaan. Het hof overweegt echter dat voeging ook in hoger beroep kan worden gevorderd en dat de gewijzigde omstandigheden (wijziging eis HITT en voortzetting procedure met Kongsberg) een nieuwe beoordeling rechtvaardigen.

Het hof oordeelt dat Kongsberg een voldoende belang heeft bij voeging, omdat bij afwijzing van HITT's vorderingen Kongsberg nog kan deelnemen aan de aanbesteding, terwijl bij toewijzing Kongsberg definitief is uitgesloten. Daarom wordt Kongsberg toegelaten als voegende partij aan de zijde van de Staat. De beslissing over proceskosten wordt aangehouden tot de eindbeslissing in de hoofdzaak.

De zaak wordt verwezen naar de rol van 8 september 2009 voor memorie van antwoord van Kongsberg en het pleidooi wordt vastgesteld op 17 september 2009 in het Paleis van Justitie te ’s-Gravenhage.

Uitkomst: Kongsberg wordt toegelaten als voegende partij aan de zijde van de Staat in het hoger beroep.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector handel
Zaaknummer: 200.038.847/01
Rolnummer rechtbank: KG ZA 09-398
Arrest van de eerste civiele kamer d.d. 25 augustus 2009
in het incident tot voeging (artikel 217 Rv Pro)
inzake
Kongsberg Norcontrol IT AS,
gevestigd te Horten (Noorwegen),
verzoekster in het voegingsincident,
hierna te noemen: Kongsberg,
advocaat: mr. W.F. Roelink te Hoofddorp,
in de zaak van
HITT Holland Institute of Traffic Technology BV,
gevestigd te Apeldoorn,
appellante in de hoofdzaak,
verweerster in het incident tot voeging,
hierna te noemen: HITT,
advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt te ’s-Gravenhage,
tegen
De Staat der Nederlanden (Ministerie van Verkeer en Waterstaat),
zetelend te ’s-Gravenhage,
geïntimeerde in de hoofdzaak,
verweerder in het incident tot voeging,
hierna te noemen: de Staat,
advocaat: mr. H.M. Fahner te ’s-Gravenhage.
Het verloop van het geding.
Bij spoedappeldagvaarding van 10 juli 2009 is HITT met tien grieven in hoger beroep gekomen van het tussen partijen in kort geding op 12 juni 2009 gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank ’s-Gravenhage. Daarbij heeft HITT haar eis gewijzigd. Op 28 juli 2009 heeft Kongsberg een memorie tot voeging genomen en voeging in het geding aan de zijde van de Staat gevorderd. De Staat en HITT hebben ieder bij memorie van antwoord in het incident tot voeging (de memorie van de Staat voorzien van producties) die vordering bestreden. Gelet op de spoed in de hoofdzaak, beslist het hof reeds thans in het incident. Partijen hebben daartoe telefonisch ermee ingestemd dat het hof op de stukken in het griffiedossier arrest wijst.
Beoordeling van de incidentele vordering.
1. Ingevolge artikel 217 Rv Pro kan een derde die een belang heeft bij een tussen partijen aanhangig geding vorderen zich daarin te mogen voegen. Kongsberg wenst zich in het onderhavige spoedappel te scharen aan de zijde van de Staat. Zij voert aan dat als het standpunt van de Staat niet in rechte wordt gehonoreerd, Kongsberg voor het aan de orde zijnde project definitief is uitgeschakeld, terwijl in het geval de Staat het geding zou winnen, Kongsberg voor het project nog “vol in de race” zit. Met betrekking tot het laatste heeft Kongsberg nader aangevoerd dat de Staat inmiddels heeft aangegeven voornemens te zijn de aanbestedingsprocedure met Kongsberg en HITT voort te zetten door overschakeling naar de onderhandelingsprocedure als bedoeld in artikel 30 Bao Pro.
2. HITT en de Staat hebben als meest verstrekkende verweer naar voren gebracht dat de vordering van Kongsberg tot voeging in de kort gedingprocedure in eerste aanleg al is afgewezen en dat Kongsberg, naast het onderhavige voegingsincident, al (afzonderlijk) in hoger beroep is gekomen van de afwijzende beslissing tot voeging van de voorzieningenrechter in eerste aanleg (de zaak bij dit hof met zaaknummer 200.038.221/01), zodat de onderhavige vordering wegens het gesloten stelsel van rechtsmiddelen, de goede procesorde, misbruik van procesrecht en het beginsel van ne bis in idem moet worden afgewezen. Het hof volgt HITT en de Staat daarin niet. Kongsberg vraag thans niet opnieuw in eerste aanleg voeging. Het gaat dus niet om een herhaalde vordering. Voorts kan niet alleen in het kader van een procedure in eerste aanleg, maar ook in een procedure in hoger beroep (voor het eerst) voeging worden gevorderd. Of de eisende partij daarbij (voldoende) belang heeft hangt af van de omstandigheden die zich op dat moment voordoen. Aangezien de omstandigheden zich sedert de bij vonnis van 12 juni 2009 afgewezen voeging hebben gewijzigd – HITT heeft haar eis in hoger beroep gewijzigd en de Staat heeft inmiddels aangekondigd met Kongsberg en HITT te zullen overschakelen naar de onderhandelingsprocedure – is het hof van oordeel dat het thans opgeworpen voegingsincident op eigen merites moet worden beoordeeld en dat het door Kongsberg ingestelde appel tegen de op 12 juni 2009 afgewezen voeging daaraan niet in de weg staat.
3. Vast staat dat de Staat de inschrijving van Kongsberg (definitief) ter zijde heeft gelegd. Dit spoedappel waarin Kongsberg zich wil voegen, betreft de ter zijde legging door de Staat van de inschrijving van HITT. Indien de vorderingen van HITT in de hoofdzaak worden afgewezen, zal Kongsberg deel (kunnen) nemen aan de door de Staat aangekondigde voortzetting van de aanbestedingsprocedure. Zij is dan dus nog niet definitief uitgeschakeld voor het in geding zijnde project. Indien een vordering van HITT in de hoofdzaak wordt toegewezen, komt de aangekondigde voortzetting van de aanbestedingsprocedure er niet en is Kongsberg wel definitief uitgeschakeld voor het project. Een beslissing ten nadele van de Staat heeft daarom tot gevolg dat de rechtspositie van Kongsberg wordt benadeeld. Het hof is van oordeel dat daarmee het belang van Kongsberg bij voeging in de onderhavige procedure is gegeven. Kongsberg zal dan ook worden toegelaten als voegende partij aan de zijde van de Staat.
4. Het hof zal de beslissing over de proceskosten in het incident aanhouden tot de eindbeslissing in de hoofdzaak.
5. In de hoofdzaak heeft de Staat reeds een memorie van antwoord ingediend. Het hof zal de zaak verwijzen naar de rol van 8 september 2009 voor memorie van antwoord van Kongsberg. Vervolgens kan op 17 september 2009, te 14.00 uur het pleidooi in de hoofdzaak plaatsvinden.
Beslissing
Het hof:
in het incident:
- laat Kongsberg toe als gevoegde partij aan de zijde van de Staat in de tussen HITT en de Staat aanhangige hoofdzaak;
- houdt de beslissing over de kosten van dit incident aan tot de eindbeslissing in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
- verwijst de zaak naar de rol van 8 september 2009 voor het nemen van een memorie van antwoord aan de zijde van Kongsberg;
- bepaalt de datum en plaats voor het pleidooi op 17 september 2009, te 14.00 uur in één van de zalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te ’s-Gravenhage.
Dit arrest is gewezen door mrs. G. Dulek-Schermers, J. Kramer en A.E.A.M. van Waesberghe en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2009 in aanwezigheid van de griffier.