ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ7247
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Raadkamer
- A.R.O. Mooy
- A. de Lange
- S.B.M. Voorhoeve
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beklag wegens verjaring en ontbreken causaal verband poging tot doodslag
Klager deed aangifte van smaad en laster, schending van het ambtsgeheim en poging tot doodslag jegens hem gepleegd door beklaagde, een voormalige zedenrechercheur. Het openbaar ministerie besloot in 2000 tot niet-vervolging, mede omdat beklaagde reeds als getuige was gehoord. Klager diende meerdere beklagsschriften in bij het gerechtshof, waarbij hij stelde dat verder onderzoek tot nieuwe feiten zou leiden.
Het hof oordeelde dat het feitencomplex identiek is aan eerdere beklagzaken en dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard tenzij sprake is van nieuwe omstandigheden zoals bedoeld in artikel 12d, tweede lid, Sv. Het hof concludeerde dat geen nieuw onderzoek de eerdere afwijzingsgronden kan wijzigen, namelijk de verjaring van de strafbare feiten en het ontbreken van causaal verband tussen beklaagdes gedragingen en de poging tot doodslag.
Klager woonde in 1999 in een plaats waar een vals gerucht over hem werd verspreid, leidend tot bedreigingen, mishandeling en vernielingen, waarna hij verhuisde. Intern politieonderzoek wees uit dat beklaagde informatie had verspreid, maar strafrechtelijke vervolging volgde niet. Het hof bevestigde de eerdere beslissingen en wees het beklag af wegens niet-ontvankelijkheid.
De beslissing is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel open. De uitspraak werd gedaan door het gerechtshof ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch op 23 juni 2009.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag en het beklag wordt afgewezen.