ECLI:NL:GHSGR:2009:BK0221
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- J.J.J. Engel
- S.A.W.J. Strik
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid waarde kosteloos ontvangen vakliteratuur als ondernemingskosten
Belanghebbende, werkzaam als docent belastingrecht en zelfstandig belastingadviseur, ontving kosteloos vakliteratuur die hij deels gebruikte voor zijn onderneming. Hij bracht de waarde van deze vakliteratuur ter hoogte van ƒ 4.350 als kosten van zijn onderneming in aftrek. De Inspecteur wees dit af, waarna belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en het hof bevestigde dit oordeel. Het geschil spitste zich toe op de vraag of een fictieve gebruiksvergoeding voor de vakliteratuur als kosten van de onderneming kon worden afgetrokken. Het hof oordeelde dat de Wet op de inkomstenbelasting 1964 het ondernemersvrijheid geeft om vermogensbestanddelen tot het ondernemingsvermogen te rekenen, maar dat in dit geval de grenzen van redelijkheid niet werden overschreden door de vakliteratuur niet tot het ondernemingsvermogen te rekenen.
Verder overwoog het hof dat op grond van jurisprudentie geen fictieve kostenvergoeding kan worden afgetrokken indien geen corresponderende heffing bij een derde kan plaatsvinden. Omdat hier geen heffing bij een derde of bij belanghebbende zelf mogelijk is, zou aftrek leiden tot een heffingslek en strijd met de totaalwinstgedachte. Daarom is de aftrek van de fictieve gebruiksvergoeding niet toegestaan.
Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd zonder aftrek van de waarde van de vakliteratuur.