ECLI:NL:GHSGR:2009:BK0923
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbitragevonnis met toewijzing aanvullende vordering in hoger beroep civiele zaak
Appellante verrichtte bouwwerkzaamheden voor de gemeente, waarbij problemen ontstonden met de hemelwaterafvoer. In een arbitrageprocedure werd appellante grotendeels aansprakelijk gesteld en veroordeeld tot betaling aan de gemeente. Appellante stelde in hoger beroep dat het arbitrale vonnis onvoldoende gemotiveerd was en dat een deel van haar vorderingen ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard.
Het hof oordeelde dat het gebrek aan expliciete motivering door de arbiter niet volstond voor vernietiging van het vonnis. De arbiter had het verweer van appellante wel degelijk betrokken bij zijn beslissing. Ten aanzien van een specifieke vordering (vordering b) stelde het hof vast dat de burgerlijke rechter bevoegd was omdat de arbitrageovereenkomst niet van toepassing was op deze vordering.
De gemeente had deze vordering inhoudelijk niet betwist, waardoor het hof deze alsnog toewijst. Het hof bekrachtigt het overige vonnis en veroordeelt de gemeente tot betaling van €13.622,99 vermeerderd met wettelijke rente. Appellante wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het arbitrale vonnis, behalve de afwijzing van een aanvullende vordering die wordt toegewezen met betaling van €13.622,99 plus rente.