ECLI:NL:GHSGR:2009:BK1471
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- J.W. van Rijkom
- R.S. van Coevorden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verplichting tot deelname in bedrijfstakpensioenfonds en andere bedrijfstakfondsen
In deze zaak vorderden Stichting Pensioenfonds Metaal- en Techniek (PMT) en andere bedrijfstakfondsen dat het Las- en Constructiebedrijf als werkgever werd aangemerkt onder de werkingssfeer van de verplichtstellingsbeschikking en de algemeen verbindendverklaarde CAO's. De Fondsen eisten onder meer het verstrekken van personeelsgegevens en betaling van achterstallige premies.
De kantonrechter wees de vorderingen af wegens onvoldoende bewijs dat de werknemers van de werkgever onder de verplichtstellingsbeschikking en de avv's vielen. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het hof overwoog dat de stelplicht en bewijslast bij de Fondsen lagen en dat de feitelijke werkplek van de werknemers bepalend is, vooral omdat de werkgever een uitleen- en detacheringsbedrijf is.
Het hof wees de vorderingen af omdat de Fondsen niet hadden onderbouwd waarom zij de feitelijke werkplekken van de werknemers niet zelf konden achterhalen, ondanks dat de werknemers vaak werden doorgeleend aan opdrachtgevers. De eerdere vonnissen werden bekrachtigd en de Fondsen werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van de Fondsen af.