ECLI:NL:PHR:2011:BP6601
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg werkingssfeer verplichtstellingsbeschikking en CAO in metaal- en technische bedrijfstakken
In deze zaak vorderen Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek en andere fondsen dat [verweerster] als werkgever wordt aangemerkt binnen de werkingssfeer van de verplichtstellingsbeschikking en de algemeen verbindend verklaarde CAO's voor de metaal- en technische bedrijfstakken. De fondsen stellen dat [verweerster] premies en bijdragen moet betalen voor haar werknemers die werkzaam zijn binnen deze bedrijfstakken.
[Verweerster] betwist dit en stelt dat haar werknemers niet in hoofdzaak werkzaam zijn in de metaal- en technische bedrijfstakken, aangezien zij vooral werknemers uitleent aan andere sectoren zoals de scheepsbouw en petrochemie. Zowel de kantonrechter als het hof wijzen de vorderingen af omdat de fondsen onvoldoende bewijs leveren dat de werknemers van [verweerster] hoofdzakelijk binnen de betreffende bedrijfstakken werken.
Het hof oordeelt dat de beoordeling van de werkingssfeer moet plaatsvinden aan de hand van de ondernemingen waar de werknemers feitelijk werkzaam zijn, en dat de feitelijke werkplek een belangrijke indicatie vormt. De Hoge Raad bevestigt deze uitleg en wijst klachten van de fondsen af. De stelplicht en bewijslast omtrent de feitelijke werkzaamheden en werkplek van de werknemers rusten op de fondsen. Het hof heeft terecht geoordeeld dat onvoldoende is vastgesteld dat de meerderheid van de arbeidsuren van de werknemers binnen de metaal- en technische bedrijfstakken wordt verricht.
De Hoge Raad benadrukt dat het niet beslissend is of de onderneming waar de werknemers worden gedetacheerd zelf binnen de bedrijfstak valt, maar dat het gaat om de aard en omvang van de werkzaamheden van de werknemers zelf. De procedure wordt afgesloten met verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.