ECLI:NL:GHSGR:2009:BK2852
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.A.F. Tan - de Sonnaville
- M.L. Vierhout
- R.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over onrechtmatige hinder door honden in achtertuin
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het houden van ongeveer vijftien poolhonden in een relatief kleine achtertuin onrechtmatige hinder voor de buren opleverde. De rechtbank had geoordeeld dat het aantal honden wegens de overlast tot twee moest worden beperkt. Het hof bevestigde dit oordeel en verwierp de grieven van appellant die stelde dat de hinder niet onrechtmatig was.
Het hof nam de maatstaf over dat niet iedere hinder onrechtmatig is, maar dat de aard, ernst, duur en omvang van de hinder en de omstandigheden van het geval bepalend zijn. Uit de vele schriftelijke verklaringen van omwonenden en derden bleek dat de hinder als ernstig en breed gedragen werd ervaren. De honden veroorzaakten geluidsoverlast door blaffen, janken en andere geluiden, en stankoverlast door ontlasting in de tuin, die vooral bij warm weer sterk geurde.
Appellant voerde aan dat het bewijs van onrechtmatige hinder ontbrak en dat verklaringen van patiënten die in een afhankelijke relatie tot hem stonden niet betrouwbaar waren. Ook wees hij op positieve rapporten van de Dierenbescherming en politie. Het hof oordeelde echter dat deze verklaringen onvoldoende relevant waren en dat de overlast uit de omstandigheden van het geval en ervaringsregels kon worden afgeleid.
Het hof benadrukte dat het recht van appellant om honden te houden niet in het geding was, maar dat het gebruik van de tuin als professionele kennel in strijd was met de bestemming en tot onaanvaardbare hinder leidde. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd, waarbij appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het aantal honden in de achtertuin beperkt wordt tot twee wegens onrechtmatige hinder.