ECLI:NL:GHSGR:2009:BK3762
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over billijke premierestitutie bij tussentijdse opzegging brandverzekering
In deze zaak stond centraal de uitleg van artikel 9.6 van de polisvoorwaarden en artikel 7:939 BW Pro omtrent de vermindering van de lopende premie bij tussentijdse opzegging van een brandverzekering. De verzekeraar OOM stelde dat zij geen premierestitutie verschuldigd was omdat zij het risico voor het gehele jaar droeg en reeds een schadevergoeding had uitgekeerd.
Het hof oordeelde dat het recht op premierestitutie niet wordt uitgesloten door het feit dat een schadevergoeding is betaald. De woorden "naar billijkheid" in de polisvoorwaarden betreffen de hoogte van de restitutie, niet de vraag of recht bestaat. Het hof verwierp de argumenten van OOM dat de restitutie nihil zou moeten zijn vanwege het risico, de looptijd of het kasstelsel dat OOM hanteert.
De berekening van de restitutie dient naar billijkheid te geschieden, waarbij een tijdsevenredige restitutie passend werd geacht. Ook de berekeningswijze op basis van 365 dagen per jaar werd als billijk bevestigd. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank dat de verzekeringnemer recht gaf op een evenredige premierestitutie, verminderd met gemaakte expertisekosten.
De kosten van het hoger beroep werden aan OOM opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door drie rechters op 17 november 2009.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de verzekeringnemer recht heeft op een naar billijkheid te bepalen premierestitutie bij tussentijdse opzegging.