ECLI:NL:GHSGR:2009:BK9068
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Dijk
- Labohm
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beschikking kinderalimentatie na onvoldoende bewijs wijziging inkomen
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin zijn verzoek tot verlaging van de kinderalimentatie voor zijn minderjarige kinderen werd afgewezen. Hij stelde dat zijn inkomen aanzienlijk was gedaald, onder meer door teruglopende inkomsten uit zijn taxionderneming en het feit dat hij zijn baan bij de gemeente had opgezegd. De vrouw betwistte dit en stelde dat de man onvoldoende nieuwe feiten en omstandigheden had aangevoerd.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat de man geen concrete gegevens had verstrekt over de hoogte van zijn huidige inkomen of de exacte wijziging daarvan. Hij kon ook geen toelichting geven op de door hem ingebrachte verdichte balans en had geen belastingaangifte overgelegd. Het hof constateerde bovendien dat de man een hoge hypothecaire lening had afgesloten, wat niet strookte met zijn gestelde financiële situatie.
De man trok enkele grieven in en kon zijn stelling dat hij zich ten tijde van het echtscheidingsconvenant onvoldoende bewust was van de gevolgen daarvan niet onderbouwen. Het hof oordeelde dat het beroep op artikel 6:258 BW Pro te laat was gedaan. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs werd de bestreden beschikking bekrachtigd en het hoger beroep van de man afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het verzoek tot verlaging van de kinderalimentatie af wegens onvoldoende bewijs van gewijzigde omstandigheden.