ECLI:NL:GHSGR:2009:BL0897
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- B. van Walderveen
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid inleners voor onbetaalde loonbelasting en premie bij schoonmaakbedrijf
Belanghebbende exploiteerde een schoonmaakbedrijf en leende arbeidskrachten in van [A] B.V., die de werkzaamheden uitvoerde. De betalingen aan [A] B.V. werden contant gedaan zonder betalingsbewijzen. Diverse onderzoeken door UWV, Belastingdienst en SIOD toonden aan dat [A] B.V. geen administratie bijhield en aangiften niet volledig deed, waardoor naheffingsaanslagen werden opgelegd.
De Ontvanger stelde belanghebbende aansprakelijk voor een deel van de onbetaalde loonbelasting en premie volksverzekeringen op grond van ketenaansprakelijkheid. Belanghebbende voerde onder meer aan dat schoonmaakwerkzaamheden geen werken van stoffelijke aard zijn, dat hij recht had op inzage in het dossier, dat de aanslag niet correct was bekendgemaakt, en dat het anoniementarief onredelijk was toegepast.
Het hof oordeelde dat schoonmaakwerkzaamheden wel degelijk werken van stoffelijke aard zijn binnen de betekenis van de Invorderingswet. Het recht op inzage in het dossier strekte verder dan de bezwaarfase en belanghebbende was niet in zijn procesbelangen geschaad. De aanslag was rechtsgeldig bekendgemaakt aan het juiste adres. De Ontvanger hoefde niet zelf naar de administratie te zoeken bij het bewust wegduiken van de uitlener. Het anoniementarief was terecht toegepast vanwege het ontbreken van een administratie en het niet kunnen individualiseren van lonen.
Het hof concludeerde dat belanghebbende niet te goeder trouw was omdat hij contant betaalde ondanks waarschuwingen en dat hij zich niet kon disculperen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aansprakelijkstelling van belanghebbende voor onbetaalde loonbelasting en premie volksverzekeringen en verklaart het hoger beroep ongegrond.