ECLI:NL:GHSGR:2009:BL2824
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Nievelt
- van Dijk
- Bouritius
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ondertoezichtstelling minderjarigen afgewezen wegens onvoldoende ernst
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die haar minderjarige kinderen onder toezicht stelde van Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland. De raad voor de kinderbescherming had een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling wegens zorgen over de opvoedingssituatie, mede veroorzaakt door schulden en de illegale verblijfsstatus van de man in het gezin.
Tijdens de mondelinge behandeling verschenen de moeder en de raad, maar Jeugdzorg en de man waren afwezig. De moeder voerde aan dat de situatie niet ernstig genoeg was voor ondertoezichtstelling, dat eerdere hulpverlening niet was gefaald en dat zij zelf initiatieven had genomen om verbetering te bewerkstelligen. De raad stelde dat de genoemde factoren de draagkracht van de ouders overschreden en dat vrijwillige hulpverlening was gestagneerd.
Het hof oordeelde dat de gronden voor ondertoezichtstelling, zoals vastgelegd in artikel 1:254 BW Pro, niet waren aangetoond. De hulpverlening was niet gefaald in vrijwillig kader en de moeder was leerbaar. De vrees van hulpverleners voor een familielid van de moeder kon haar niet worden toegerekend. Het hof vernietigde daarom de beschikking en wees het verzoek tot ondertoezichtstelling af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling af wegens onvoldoende grond voor de maatregel.