ECLI:NL:GHSGR:2009:BL4251
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- Van Dijk
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Nederlandse rechter onbevoegd in verzoek tot mentorschap voor in buitenland wonende meerderjarige
In deze zaak stond het verzoek tot benoeming van een mentor over een meerderjarige persoon die sinds medio 2007 in Cyprus woont centraal. De vader van de betrokkene stelde dat de Nederlandse rechter onbevoegd was omdat de betrokkene niet in Nederland verblijft en dat er sprake was van litispendentie. De moeder en tante, benoemd tot mentor in eerste aanleg, voerden aan dat de Nederlandse rechter wel bevoegd was omdat één van de verzoekers in Nederland woont en er voldoende verbinding met Nederland bestaat.
Het hof overwoog dat de aanknoping in artikel 3 sub a van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te ruim is, omdat het primair gaat om de belangen van de betrokkene die niet in Nederland woont. De enkele Nederlandse nationaliteit en het verleden van behandeling in Nederland zijn onvoldoende voor rechtsmacht. Het hof sloot aan bij internationale ontwikkelingen en het Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen (2000), waarin de bevoegdheid wordt toegekend aan de staat waar de volwassene zijn gewone verblijfplaats heeft.
Aangezien de betrokkene feitelijk in Cyprus verblijft en haar wens uitte om zich in Groot-Brittannië te vestigen, kon de woonplaats niet in Nederland worden geacht te zijn. Het hof verklaarde daarom de Nederlandse rechter onbevoegd, vernietigde de bestreden beschikking en compenseerde de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot mentorschap, waardoor de bestreden beschikking wordt vernietigd.