ECLI:NL:GHSGR:2009:BL4824
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- B. van Walderveen
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid borgstelling en achtergestelde lening in inkomstenbelasting
Belanghebbende, aandeelhouder en directeur van een BV, stelde zich borg voor een lening van de BV en betaalde in 1991 een bedrag aan de bank. Hij bracht dit bedrag in aftrek als beroepskosten in zijn aangifte inkomstenbelasting. De Inspecteur weigerde deze aftrek en stelde een hogere aanslag vast. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat hij slechts werknemer was en dat de borgstelling daarom aftrekbaar was. Ook stelde hij dat de Inspecteur handelde in strijd met het vertrouwensbeginsel en het verbod van détournement de pouvoir, en dat de redelijke termijn was overschreden. Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij louter als werknemer handelde en dat hij vanuit zijn aandeelhoudersbelang handelde.
Het Hof bevestigde dat de jurisprudentie van de Hoge Raad inhoudt dat een directeur met aandeelhouderschap niet louter als werknemer borg kan staan voor schulden. Ook het beroep op het EVRM-artikel 6 werd Pro verworpen omdat dit niet van toepassing is op belastingheffing. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt verworpen en de aanslag wordt gehandhaafd.