ECLI:NL:GHSGR:2009:BL6324
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- B. van Walderveen
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid bestuurder voor niet tijdige melding betalingsonmacht omzetbelasting
Belanghebbende was bestuurder van de besloten vennootschap [A] en werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde omzetbelasting over de jaren 2000 tot en met 2005. De aansprakelijkstelling is gebaseerd op artikel 36 van Pro de Invorderingswet 1990, waarbij een tijdige melding van betalingsonmacht verplicht is.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende deels gegrond verklaard door te oordelen dat hij vanaf 1 januari 2005 geen bestuurder meer was en de aansprakelijkheid voor het vierde kwartaal 2005 daarmee verviel. Het hof oordeelt in hoger beroep dat belanghebbende gedurende de relevante periode bestuurder was en dat geen tijdige melding van betalingsonmacht is gedaan namens [A].
Belanghebbende stelde dat de betalingsmoeilijkheden van [A] reeds via de vaststellingsovereenkomst van de [C]-groep aan de Belastingdienst bekend waren, maar het hof concludeert dat [A] geen partij was bij die overeenkomst en dat de melding van betalingsonmacht pas op 1 juni 2006 plaatsvond, te laat volgens de wettelijke termijnen.
Het hof bevestigt dat het wettelijk vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur geldt vanwege het niet tijdig melden van betalingsonmacht en dat belanghebbende dit vermoeden niet heeft kunnen weerleggen. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de aansprakelijkheid van belanghebbende voor niet tijdige melding van betalingsonmacht en wijst het hoger beroep af.