ECLI:NL:GHSGR:2009:BL9400
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.A.R.M. van Leuven
- Van Dijk
- Mink
- Rechtspraak.nl
Ouderschapsonderzoek en voorlopige verblijfsregeling bij niet-medewerking moeder
In deze zaak staat het ouderlijk gezag, de hoofdverblijfplaats en de omgangsregeling van een minderjarig kind centraal. Het gerechtshof 's-Gravenhage heeft een ouderschapsonderzoek gelast om de ouders te begeleiden bij het vormgeven van hun ouderschap na scheiding. Hoewel beide ouders aanvankelijk hun medewerking aan het onderzoek toezegden, weigerde de moeder uiteindelijk elke medewerking.
Het hof constateert dat de ouders al langere tijd in een heftige strijd zijn verwikkeld en niet in staat zijn het belang van het kind voorop te stellen. Door de weigering van de moeder ontstaat een impasse die het onmogelijk maakt een omgangsregeling te realiseren. Het hof acht het daarom noodzakelijk om de hoofdverblijfplaats van het kind voorlopig bij de vader te bepalen, zodat het kind contact kan houden met beide ouders.
Daarnaast stelt het hof een voorlopige omgangsregeling vast waarbij het kind de ene week van woensdag na school tot vrijdagavond bij de moeder verblijft en de andere week van woensdag na school tot zondagavond. Deze regeling biedt structuur en rust voor het kind. Het ouderschapsonderzoek zal onder deze nieuwe omstandigheden worden hervat, waarbij het hof verwacht dat beide partijen hun medewerking zullen verlenen. De zaak wordt aangehouden tot het rapport van de deskundige binnen een gestelde termijn is ontvangen.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van het kind wordt voorlopig bij de vader bepaald en een voorlopige omgangsregeling met de moeder vastgesteld.