ECLI:NL:GHSGR:2009:BV7081
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Th.W.H.E. Schmitz
- M.J. van der Ven
- R.S. van Coevorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil over bestaan lening en terugbetalingsverplichting bij aankoop restaurant
In deze zaak stond centraal of tussen [appellante] en haar dochter [geïntimeerde] een overeenkomst van geldlening bestond ter zake van een bedrag van €90.000,- dat zou zijn verstrekt voor de aankoop van een Grieks restaurant in Naaldwijk. [appellante] stelde dat het geld onder de voorwaarde van mede-tenaamstelling van het restaurant aan [geïntimeerde] was geleend, terwijl [geïntimeerde] dit betwistte.
Tijdens het voorlopig getuigenverhoor werden verklaringen van familieleden en betrokkenen gehoord. Hoewel werd erkend dat een geldbedrag van circa €83.000,- tot €90.000,- was overhandigd, waren de verklaringen tegenstrijdig over de juridische aard van deze overdracht. De dochter verklaarde het geld namens haar moeder te hebben ontvangen en teruggegeven, maar erkende geen leningsovereenkomst.
Het hof oordeelde dat onvoldoende bewijs was geleverd voor het bestaan van een geldleningsovereenkomst, met of zonder opschortende voorwaarde. Hierdoor was ook niet aannemelijk dat een terugbetalingsverplichting bestond. De grieven van [appellante] werden afgewezen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd. [appellante] werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van [appellante] af wegens onvoldoende bewijs van een leningsovereenkomst.