ECLI:NL:GHSGR:2009:BX7763
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A. Dupain
- A.V. van den Berg
- G. Dulek-Schermers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onrechtmatige inbreuk op eigendomsrechten door dakgoot, dakvenster en loggia
In deze civiele zaak stond de onrechtmatigheid van bepaalde bouwkundige voorzieningen centraal, waaronder een dakgoot, een dakvenster en een loggia, die door de geïntimeerde waren geplaatst nabij het perceel van de appellant.
Het hof constateerde dat de dakgoot slechts in beperkte mate over het perceel van appellant was gebouwd, wat geen ernstige inbreuk opleverde en daarom werd de vordering tot verwijdering afgewezen. Het dakvenster bleek in strijd met artikel 5:50 lid 1 BW Pro, omdat vanuit het gesloten venster zicht was op de tuin en woning van appellant, wat onrechtmatig is. Hoewel de geïntimeerde stelde dat er toestemming was gegeven voor het dakvenster, kon dit niet worden bewezen.
De loggia werd eveneens als een balkon aangemerkt en bood zicht op een klein gedeelte van de tuin, wat ook in strijd was met artikel 5:50 BW Pro. De rechtbank oordeelde echter dat appellant onvoldoende belang had bij verwijdering, mede omdat een houten schot het zicht afschermde. Het hof bevestigde dit oordeel. Uiteindelijk werd het bestreden vonnis bekrachtigd met verbetering van gronden en werden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellant af en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.