In deze zaak gaat het om een incident betreffende de vraag of eiser belang heeft bij voeging aan de zijde van verweerster in een hoger beroep tegen een vonnis over een aandelenleaseovereenkomst van het type Winstverdriedubbelaar.
Verweerster sloot in 2000 een aandelenleaseovereenkomst met een rechtsvoorganger van Dexia en sloot in 2003 een vaststellingsovereenkomst met Dexia, waarvan de vordering is gecedeerd aan Varde Investments. Varde vordert nakoming van deze overeenkomst en heeft bij de rechtbank een vordering toegewezen gekregen tot betaling van een bedrag.
Eiser stelt dat hij ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst met verweerster in gemeenschap van goederen was getrouwd en dat hij belang heeft bij voeging om zijn rechten uit die gemeenschap te beschermen, aangezien de schuld een gemeenschapsschuld betreft. Het hof oordeelt dat eiser belang heeft bij afwijzing van de vordering van Varde omdat hij aansprakelijk kan worden gesteld voor de helft van die schuld, ook na ontbinding van de gemeenschap in 2004.
Het hof wijst de incidentele vordering tot voeging toe en houdt de beslissing over de kosten aan totdat in de hoofdzaak zal worden beslist. De zaak wordt op de rol geplaatst voor het nemen van de memorie van grieven in de hoofdzaak.