ECLI:NL:GHSGR:2010:BL0780
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Raadkamer
- J.M. Reinking
- A.L.J. van Strien
- C.M.G. van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Hof wijst verzoek tot volledige kwijtschelding ontnemingsvordering uit drugshandel af en matigt bedrag
Het gerechtshof ’s-Gravenhage heeft op 22 januari 2010 een verzoek tot volledige kwijtschelding van een ontnemingsvordering van 22,5 miljoen euro afgewezen. De vordering was opgelegd wegens wederrechtelijk verkregen voordeel, voornamelijk uit drugshandel. Het hof heeft het bedrag gematigd met 7,7 miljoen euro vanwege tegenvallende opbrengsten van inbeslaggenomen auto’s en een woning.
De veroordeelde had aangevoerd dat hij onvoldoende draagkracht heeft om de schuld te voldoen, mede omdat delen van zijn vermogen bij derden waren ondergebracht en hij in voorlopige hechtenis verbleef. Het hof oordeelde echter dat de veroordeelde aannemelijk moest maken dat hij niet kon betalen en dat er geen sprake was van betalingsonwil. Vermogensvermindering door eigen toedoen of derden leidt niet automatisch tot matiging.
Het hof matigde de betalingsverplichting tot circa 14,8 miljoen euro, rekening houdend met de lagere opbrengsten van de inbeslaggenomen goederen. De vordering tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang werd afgewezen omdat de veroordeelde reeds in voorlopige hechtenis zat en de toepassing van lijfsdwang niet opportuun was.
De beslissing weerspiegelt een zorgvuldige afweging van de draagkracht van de veroordeelde, de opbrengsten van de inbeslaggenomen goederen en de rechtmatigheid van de ontnemingsmaatregel, waarbij volledige kwijtschelding niet gerechtvaardigd werd geacht.
Uitkomst: Het hof matigde de ontnemingsvordering tot circa 14,8 miljoen euro en wees het verzoek tot volledige kwijtschelding en de vordering tot lijfsdwang af.