ECLI:NL:GHSHE:2008:BD0932
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.H.J.M. Mertens - Steeghs
- C. Lo-Sin-Sjoe
- A.C. Otten
- Rechtspraak.nl
Beschikking over verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang bij ontnemingsmaatregel
De zaak betreft een vordering van de advocaat-generaal tot verlof voor tenuitvoerlegging van lijfsdwang op grond van artikel 577c Sv voor de duur van 677 dagen vanwege niet-betaling van een ontnemingsmaatregel van EUR 33.836,88 opgelegd aan de veroordeelde.
De veroordeelde is bij arrest van 3 februari 2004 veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het arrest werd onherroepelijk na verwerping van cassatie door de Hoge Raad op 21 december 2004. De maatregel is gebaseerd op artikel 36e Sr zoals dat gold voor 1 maart 1993, waarbij toen vervangende hechtenis tot maximaal zes maanden mogelijk was.
Na vervallen van artikel 24d Sr per 1 september 2003 is lijfsdwang ingevoerd als vervangende sanctie. De verdediging voerde aan dat toepassing van lijfsdwang als zwaardere straf in strijd is met artikel 7 EVRM Pro, omdat de betalingsverplichting blijft bestaan en dat de duur beperkt moet blijven tot zes maanden.
Het hof overweegt dat lijfsdwang als vrijheidsbeneming een “penalty” is in de zin van artikel 7 EVRM Pro, maar dat dit niet uitsluit dat lijfsdwang kan worden opgelegd. Wel geldt dat de duur van de lijfsdwang niet langer mag zijn dan de zes maanden die destijds voor vervangende hechtenis golden. Het hof wijst daarom de vordering toe, maar beperkt het verlof tot zes maanden.
Uitkomst: Verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang wordt verleend voor de duur van zes maanden.