ECLI:NL:GHSGR:2010:BL1924
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- R.S. van Coevorden
- M.H. van Coeverden
- V. Disselkoen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding werknemer wegens strijdigheid met goed werkgeverschap en Baijingsleer
De werknemer vorderde schadevergoeding wegens vermeend onjuist handelen van SPS tijdens de overgang van onderneming en de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst. Hij stelde dat SPS in strijd met goed werkgeverschap had gehandeld, wat leidde tot psychische klachten en arbeidsongeschiktheid. De werknemer baseerde zijn vordering mede op artikel 7:611 BW Pro en de kantonrechtersformule.
Het hof oordeelde dat de vordering niet toewijsbaar is omdat de ontbindingsvergoeding reeds rekening hield met de gevolgen van de ontbinding en de aanloop daartoe. De Baijingsleer, zoals bevestigd door de Hoge Raad, verhindert een aanvullende schadevergoeding naast de ontbindingsvergoeding. De werknemer kon slechts een aparte vordering baseren op gedragingen tijdens de dienstbetrekking die niet samenhangen met de beëindiging, maar had onvoldoende gesteld om deze te onderbouwen.
Verder verklaarde het hof dat de arbeidsovereenkomst niet op 15 december 2002 was geëindigd en wees de vorderingen van SPS af. De kosten van de procedure in eerste aanleg werden verdeeld op basis van het ongelijk van partijen, terwijl in hoger beroep de kosten werden gecompenseerd. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De schadevordering van de werknemer wordt afgewezen en de arbeidsovereenkomst is niet geëindigd op 15 december 2002.