ECLI:NL:HR:2008:BD0896
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Toetsing billijkheidsvergoeding voor niet-uitgeoefende optierechten na ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze zaak vorderde een werknemer vergoeding van schade wegens het niet kunnen uitoefenen van optierechten na ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst met SVS Holland. De kantonrechter wees de vordering af omdat de optierechten waren toegekend door de moedermaatschappij Seminis Inc. en niet door SVS Holland.
Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat SVS Holland rekening moest houden met de optierechten bij het vaststellen van de vergoeding, omdat de uitoefening ervan afhankelijk was van het dienstverband bij SVS Holland. Het hof kende een billijkheidsvergoeding van € 100.000 toe, gebaseerd op de waarde van het optiepakket op de datum van de ontbindingsbeschikking.
De Hoge Raad bevestigde dat een vergoeding op grond van redelijkheid en billijkheid kan worden toegekend in een afzonderlijke procedure als de kantonrechter bij de ontbindingsvergoeding een aanspraak niet heeft meegewogen. Tevens stelde de Hoge Raad dat bij de bepaling van de vergoeding uitsluitend omstandigheden bekend op de datum van de ontbindingsbeschikking mogen worden meegewogen, waardoor latere ontwikkelingen zoals een fusie niet relevant zijn.
De klachten tegen het oordeel van het hof over de ontvankelijkheid en de hoogte van de vergoeding werden verworpen. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat vergoeding van optieschade op grond van redelijkheid en billijkheid kan worden toegekend met peildatum de ontbindingsbeschikking.